Blog

Het begon met een appje van onze leraar lithografie Aad Hekker: jullie kunnen een gratis lithopers krijgen voor in de grafische werkplaats van de Rode Schuur, je moet hem wel zelf ophalen. De lithopers staat in Enschede bij grafisch kunstenaar Elsbeth Cochius. Uiteraard was ik gelijk nieuwsgierig en enthousiast; we besloten er een spannend uitje van te maken, samen met Lisette en Aad op pad met de camper voor een bezichtiging van de lithopers van Elsbeth.

Eenmaal aankomen in Enschede stond ons een grote verrassing te wachten. De lithopers was namelijk de grootste ooit gemaakt, goed voor stenen van 400 kilo en lag helemaal in (roestige) onderdelen uit elkaar in een schuur half in de buitenlucht. Oei... dat was iets te veel van het goede voor ons. Zelfs al zouden we hem in elkaar willen zetten, dan zou de pers niet in de grafische werkplaats passen, zo groot is deze. Dat avontuur durfden we niet aan in de Rode Schuur, hadden we nog maar een derde schuur!

De kennismaking met Elsbeth en haar prachtige grafische werk was op zich al de moeite, de diesel en de lange rit waard. Onderweg naar huis waren we een beetje teleurgesteld, want een derde lithopers zou ideaal zijn voor eventuele workshops lithografie in de Rode Schuur. Misschien dat daarom Aad op de website keek van Drukwerk in de Marge, de site waar met name drukpersen worden aangeboden. Daar werd (ongetwijfeld niet geheel toevallig) een prachtige Roco lithopers aangeboden worden, met alles erop en eraan.

Na wat berichtjes heen en werd besloot ik: dat wordt onze nieuwe (oude) aanwinst! Bijzonder was dat de pers gebracht helemaal uit Hoogeveen gebracht kon worden door een creatieve werkplaats, die wat weg heeft van de Rode Schuur. Zo’n pers weegt nogal wat en dan heb je mankracht en een goed plan van aanpak nodig, alsmede een grote wagen met een laadklep, rijplaten en een palletwagen. Op een mooie winterdag op 25 januari 2024 is de pers gebracht en in de werkplaats geïnstalleerd. De pers bleek een beetje een dwarsligger te zijn en wilde niet standaard in het rijtje staan, dan maar 90 graden draaien! Niet lang daarna hebben Peter en ik de eerste litho afgedrukt, de pers is werkelijk een beauty!


Terwijl ik deze blog schrijf zijn we volop onze eerste lithografie workshop onder leiding van Aad Hekker aan het promoten, die plaats vindt over vijf weken, van 10 t/m 12 mei. Als deze workshop door mag gaan, dan kunnen we vanuit de Rode Schuur het prachtige oude ambacht lithograferen levend houden en inspirerend doorgeven aan een ieder met een liefde voor lithografie. Want dat is tenslotte waar de Rode Schuur om draait, om het behouden en doorgeven van kennis over oude ambachten.

Ook deze pers heeft een bijzondere geschiedenis. Ze was eigendom van Bart Boonstra en Ine Boonstra-van den Heuvel, een ouder kunstenaarsechtpaar uit Ruinen. Tot het laatst toe is gebruik gemaakt van de pers, er was zelfs een boormachine aan gekoppeld om de pers met het inknijpen van de knop makkelijker te kunnen bedienen door dit hoogbejaarde koppel. Wat ik hoorde van Wiecher, die de pers kwam brengen, was dat Bart en Ine samen op hoge leeftijd gelijktijdig het leven loslieten toen het voor hen niet meer leefbaar was. Na even zoeken op internet vond ik de rouwadvertentie die spreekt van diepe verbondenheid tussen deze twee mensen: ‘ik hou van je ik van jou voor altijd’. Ik vind het een bijzonder verhaal en belangrijk om deze mensen, die ik nooit heb gekend, nog een keer te noemen.

De lithopers die stopte met draaien in Ruinen is nu bijna twee jaar later weer in gebruik in Noordwijk in de grafische werkplaats van De Rode Schuur, waar hopelijk nog heel veel mooie grafische kunst op gemaakt gaat worden.

Geschreven door Daniël Tavenier


Soms bedeelt het leven je met een aangename verrassing. Dit maal in de vorm van een onverwacht vruchtbaar verjaardag praatje met een zeer creatieve en goede vriendin van mijn zus, die terloops melde dat ze thuis een vol getekende lithosteen had liggen. Het bleek te gaan om een portret van een dame. Schaamteloos als altijd kon ik me niet beheersen en vroeg of we een poging mochten wagen om de litho af te drukken. Dit bleek geen probleem.

Zeer benieuwd naar de steen en het portret zijn we de litho wezen ophalen. En ze was prachtig! Het bleek een reproductie van een schilderij (1) van de in 1821 in Antwerpen geboren dichter en verdienstelijk schilder Jan van Beers. Het was geschilderd in 1881 en de reproductie kwam uit 1905, een hele oude steen dus. Maar zo op het oog in prima staat. Op Artsy.net (2) stond een reproductie zelfs aangeboden voor 180 pond!

Na flink wat spannend probeer en testwerk brachten we Graziella, wat zo bleek de dame in kwestie te heten, weer tot leven. Toch, dat is goed zichtbaar op de foto, is de verfijnde Artsy druk door ons niet gehaald. De Artsy druk kwam naar mijn beleving nog van een maagdelijke pas getekende steen en gedrukt door lithografen die niets anders deden dan de steendruk. Onze Graziella (3), hoe geliefd ook, is meer een Gruwella: ruiger, grover in druk. Haar zachte verfijnde haarstructuur is bij ons een weelderige donkere bos gebleken. De strepen zitten in de steen en kregen we er met geen mogelijkheid uit. Maar dat ging ons niet deren.


Wat een feest om deze steen te mogen afdrukken. Voor nu staat deze weer in de gom, beschermd om hernieuwd te worden afgedrukt door volgende generaties.

Geschreven door Peter Minnee


De Rode Schuur Artist Residency 2023

Struggling with numb hands, I started building the wooden frame of my pole lathe on a floor of crushed shells; underneath strands of weeping willow and old plaster walls with brightly painted doors and window frames. I had brought the lathe and my woodworking tools to the garden of de Rode Schuur in the back of my car from my home in West England, via the North sea. The nerves of arriving faded away as I searched the garden and cut a long, straight willow pole from a pollard tree and arranged it as the springing ‘pole’ for my lathe. A huddle of grinning faces peered through the red window frames at this odd rustic scene unfolding outside their painting lessons. 

I am an artist exploring printmaking and green woodwork, and have done this alongside outdoor jobs since I finished my art degree in 2019. This year I was looking for a chance to return to my art practice full time (short term) and develop some renewed context for it, which, through the help of friends, took the form of a 2 month residency at de Rode Schuur. 

My first proposal for the residency was to combine these practices of woodwork and printing to make experimental artwork. Arriving at the studios and suddenly having the reality of an inspiring, spacious print workshop right next to the outdoor space where I could process wood changed the course of my residency. Instead of making preconceived work, the two crafts could naturally flow to and from each other. With these resources and the encouragement of the community I settled into daily practice towards a variety of outcomes; including making tools, carving and printing woodblocks, and experimenting with visual links between the crafts. Some days I spent turning wood, others rolling out ink, but every day was nourished with conversations and nonsensical laughs. This I couldn’t have prepared for!


During my first week I helped Daniel teach a lesson on Lino printing for a local school class. The day before I made some hand printing tools (barens) from garden willow, which I hoped could link the activity to the studios as a place. Demonstrating the printing method, and later my own practice, I could tell that experiencing crafts with natural materials was something new and peculiar for the class. Excited by their first prints, the students steadily began to grasp the material happenings of ink, block, paper and wooden burnishing tool, which was a great thing to witness. From this experience I decided to further research the making of tools for my own print practice. I needed to find some green (freshly felled) wood. 


Just around the corner in Noordwijk, at Landgoed Calorama, I found myself sorting through a firewood stack, and found some lengths of Sycamore (Esdoorn). This is a wood traditionally used for turning kitchenware. I made some small barens with it, aiming for a more ergonomic version of the wooden spoon which many people use to hand print lino or woodcut without a press. Some reading on Japanese hand printing suggested changes to this basic form - traditional barens use a textured surface to efficiently transfer pressure from the printer’s arm, and cover a wide area to avoid getting stuck in carved areas of a woodblock while printing. I spent some days on the lathe finding good methods and tools to make something closer to this; a larger mushroom shaped tool with carved concentric rings on the bottom surface. A few days later I was trying the baren, taking the first print of a large woodcut made the previous week, pleased that it was more comfortable and reliable than previous barens I have used.  

Making the barens became a central part of the residency, demonstrating that local material with no financial value can be used for a highly specific craft, become valuable in this use, and be an alternative to mass produced, globally shipped products whose origin and making is totally disconnected from the user. This movement towards low energy, self sufficient work is something that I enjoyed sharing with Daniel, with his practice of making paints from natural materials; and something which we wish to see grow. 

The most valuable outcome of the residency was created by the diverse community which so readily engaged with the strange activities of my work days, and visited during my exhibition, ‘Fiddlesticks’, held over a weekend in early March. In some cases I had conversations about the formal or visual qualities of the work - a vanishing point, a subtle mark or a texture - often with  Daniel’s painting students for example, who had just spent the morning tuning their senses into these things. Otherwise, I loved talking to visitors about their ideas of self-sufficiency and low-impact living, as this really is green woodworking’s pull factor in the current moment. It is not a financially profitable craft anymore (neither is printing), but many people experience the work as meaningful. It encourages knowledge of wood as material, as species, as individual trees and ultimately as part of an ecosystem. I talked about what the future of this kind of creative work is, how we can make time for it, how we can earn money from it, and the only sure thing is that we rely on the community and resources of places like de Rode Schuur to continue being makers in 2023. 

As a result of my residency I have made my first income from printmaking, have been offered exciting opportunities and been able to situate myself in a vital and life-affirming culture of arts, crafts and friendship at de Rhode Schuur. Thanks to Daniel, Peter, Lisette, Rhode and all those I met during my stay. Cheers! 


Geschreven door Charlie Ash


De nieuwe koe in De Rode Schuur, links op plaats van bestemming, rechts nog onderweg.

We hadden hem al zien staan, verstild in een vergeten hoek van een donkere kelder. ‘Iets voor jullie Rode schuur..?’ had Aad gevraagd. Aad is een van de laatste Nederlandse lithodrukkers die nog actief is. De kelder waar het ‘het’ stond is de thuisbasis van zijn Basement Press in Diepenheim. We waren daar destijds om het wonder van de lithografie te (her)ontdekken. ‘Ach nee Aad, wat moeten we ermee en wat is het eigenlijk? Het bleek een gietijzeren stapelsnijder uit 1906. Je kunt er grote stapels papier mee snijden. We knikten beleefd en gingen verder met onze bezigheden.

Maar goed, de lezers van onze blogs kennen onze voorliefde voor ongebruikte machines en onze ijver deze aan het stof te onttrekken. Dus toen wederom de vraag kwam of we zeker wisten of het niets voor ons zou zijn, zijn we gezwicht. Maar by Jove! Wat wat dat ding gruwelijk zwaar. Oké, we hadden de trapdegel ook gehaald, maar toen waren we met een man of zes. Nu enkel wij saam en Aad, en die is 70 en herstellende van een knieoperatie. Gelukkig was er een takel en aanhangwagen dus naar Noordwijk was ‘te overzien’. Enfin, lang verhaal kort, met veel zwaartekracht hulp, wiggel en wrik hebben we onze ‘koe’, ‘Star Wars monster’ in de schuur gekregen. En daar staat hij fier, heel fraai, alsof hij er altijd heeft gestaan en nog niet operabel,maar dat komt nog. Trotse ambacht klaar voor een nieuwe fase in het bestaan.

geschreven door Peter Minnee


De oprichters van De Rode Schuur in "The Museum Of Decorative Arts and Design" in Riga.

Begin jaren 90 van de vorige eeuw vertrokken Daan en ik met zijn oude groene PTT wagen richting de Lofoten in Noorwegen. Nu, bijna 30 jaar later, zijn we begonnen aan onze tweede road trip. Ditmaal gaan we richting Letland waar onze Rode Schuur oprichtster Rhodé in Riga inmiddels haar thuisbasis heeft. Bepakt en bezakt inclusief kleine ets pers reizen we met bus en boot, die we op een vlecht na misten.

Een week lang onderdompelen in een stad van een nog ‘vers’ onafhankelijk land. Pas in 1990 kwam Letland los vanonder het Sovjet juk en kon het de vleugels uitslaan. En hoe! Het bruist en het is booming. Ondanks het sombere herfstweer merk je dat de lucht is gevuld met verwachtingen en de straten zijn verrijkt met kunst en ambacht.

En ineens ben je weer een beetje jong, gelijk in de jaren 90, met de bijbehorende discussies na het zien van maffe films en het drinken van halve liters bier in vage underground bars. Heerlijk! Je zou willen dat de ongereptheid blijft maar de Letten weten als geen ander dat de Russische dreiging reëel is. Bij ons afscheid lag HMS. Tromp in de haven als signaal dat de Letten niet alleen staan. De Baltische staten, ongerepte parels aan de Oostzee en zeker het bezoeken waard!

geschreven door Peter Minnee


Juni werd een maand van reflectie en vrije tijd. Daan toerde door Europa, en voor mijzelf waren de Dutch Mountain Trail en Praag de te bewandelen paden. Maar nu weerom en aan de slag in De Rode Schuur. Eindelijk ruimte om te werken aan de nieuwe houtwerkplaats. Deze moet de oude vervangen; een stukje aanbouw achter de grafische werkplaats, welke momenteel op instorten staat. Deze vervallen ruimte gaan we in de toekomst vervangen voor een prachtige artistieke en eigentijdse atelierruimte.

Onze nieuwe houtwerkplaats heeft vele verschijningsvormen gekend, grotendeels als opslag, maar deed als Home Gym laatste dienst, inclusief spiegelwand waar vers verworven spierbundels in bewonderd konden worden. Gezien wij niet echt tot de ‘gym-generatie’ behoren waren dat ook de eerst te verwijderen elementen. Alle opgeslagen werken en lijsten en kasten vonden hun weg naar boven of in de vuilnisbak. Rest ons de witkwast te hanteren, ijzeren uitsteeksel te verwijderen en als alles droog is de inrichting. Zo komen we de zomer wel door!

geschreven door Peter Minnee


De stad Leiden, geïllustreerd door Jan Tinkelenberg in 1965.

Een vervolg op het verhaal achter onze eerste druk. Daar heeft de beste man, Peter Minnee, al het een en ander van uit de doeken gedaan.

Mijn naam is Job Aarents, Van 1993 tot 2019 was ik Anatomisch preparateur aan het Anatomisch Laboratorium van het LUMC. Toen  wij in 2006 verhuisden naar een nieuw gebouw, waar veel minder ruimte beschikbaar was dan in de oudbouw, moest er rigoureus opgeruimd worden in een tamelijk korte tijd. Hetgeen betekende dat er hier en daar, door tijdsdruk, wel eens iets te snel in de afvoer container belande. Zo kwam het dat ik in het voorbijgaan in een oogwenk iets leuks dacht te zien in genoemde container. Het bleek een cliché te zijn, maar ik kon niet direct zien waarvan. Een vermoeden had ik wel, namelijk de stad Leiden maar meer ook niet. Ik heb voor de zekerheid toestemming gevraagd aan de toenmalige Hoogleraar of ik het mocht meenemen, ik kreeg haar toestemming.

De trouvaille heeft daarna enige jaren tussen mijn boeken opgeslagen gelegen, tot ik rond 2020 op de gedachte kwam, de cliché een mee te nemen naar mij oude vriend Daniël Tavenier. Deze begenadigde Kunstenaar werd direct dol enthousiast en maakte een afdruk op een van zijn drukpersen, Een luid gejoel weerklonk toen het resultaat te zien was. De cliché is daarna, kan je wel rustig zegen, een eigen herleving gaan leiden. Eerst op de aloude degelpers en later op de inmiddels verworven Korrex pers met een fantastisch scherp resultaat. Wat we graag wilden was het zoeken naar de nabestaanden van de maker; de heer Jan Tinkelenberg, een zeer bedreven anatomisch tekenaar, die in zijn vrije tijd ludieke evenementen op karikatureske wijze op papier zette. Via een inmiddels bevriende emeritus Hoogleraar Anatomie en Psychische Antropologie kwam ik op het spoor van de weduwe van Jan Tinkelenberg, aan wie ik een exemplaar van de afdruk heb mogen overhandigen. Het bezoek was aller hartelijks, Mevrouw Tinkelenberg wist zich het werkstuk niet meer te herinneren maar was daardoor te meer verrast. De vraag of we de cliché mochten gebruiken werd direct door haar met veel enthousiasme bevestigd.   

geschreven door Job Aarents


Zie links de getekende boom van Vincent Van Gogh met de bloeiende variant, en rechts Daniël en zijn serie illustraties.

Een goede vriend schrijft en publiceert boeken over psychologie, en vroeg mij het volgende idee in beeld te illustreren: ‘Een boom ligt half op de grond, door de wind bijna geveld. Alleen kan hij niet goed verder groeien. Maar dan komt er hulp van een paar mensen, ze zetten de boom weer op zijn wortels en graven hem dieper in de grond. De boom komt weer tot bloei en in de herfst hangen er heerlijke appels in, het blijkt een appelboom te zijn!’

Het is niet moeilijk hier een parallel in te zien met een mensenleven. Het motto van mijn vriend is ook ons motto in De Rode Schuur:

‘Niet alleen maar samen!’

Naast een ambachtelijke werkplek zijn we ook een sociale werkplek. Het gaat om ontmoeten, verbinden en fijn aan het werk zijn, met ruimte en tijd voor de mens. Zo worden en blijven we gezond.

En wie was Vincent ook al weer? Mijn grote inspiratiebron Vincent Van Gogh, ik heb een van zijn getekende bomen geleend en in bloei gezet. Dankjewel Vincent!

geschreven door Daniël Tavenier


Zie links de oude druk op de trapdegelpers, en rechts de nieuwe druk op de Korrex pers.

In de afgelopen blog van 2 september vertelden we het verhaal van onze eerste druk op de trapdegel. Supertrots op het resultaat natuurlijk. Maar met de komst van de Korrex veranderde ook ons perspectief op deze eerste druk. Want tja, de druk was wel oké maar niet reetescherp. En welke illustratie stond daar nu eigenlijk in dat vlakje bij het theater (lees Leidsche Schouwburg). Na veel onderzoek konden we er met wat fantasie een ballerina in ontwaren. En wat als we de cliché op de Korrex zouden drukken? Deze was immers uit 1969 en onze Trapdegel zo’n 50 jaar ouder. Zo geschiedde en wat zag ons oog, de ballerina kwam steeds duidelijker naar voren. Vanaf dat moment was zij ons ijkpunt. Heldere ballerina betekende heldere druk. Wederom superblij met weer een kwalitatieve stap erbij. In een voor mijn doen unieke schoonmaak stuip, bedacht ik me de cliché eens schoon te maken. Het ding was gitzwart van oude inktresten, stof en andere ellende. En voilá, na de eliminatie van een ongelofelijke baggerzooi zag een zilver schijnend cliché het levenslicht. En met de schoonmaak kwam een kraakhelder ballerina te voorschijn die na druk weer danst als nooit te voren.

geschreven door Peter Minnee


Onze Korrex zag in 1969 het levenslicht en staat bekend als proefpers. Met een drukvlak van 38x50 cm en automatische inktrollen een genotsmachine om mee te werken. Maar zoals met elk nieuw apparaat moet je wel eerst even goed kennismaken. Hendels, pedalen, knoppen en een Duitse handleiding geven aanleiding tot veel speurwerk. Gelukkig nagenoeg geen elektra behalve het motortje. Na een periode van gesnuffel, gepoetst, ge-olie gingen we ons kleine persje steeds meer koesteren en begrijpen. Maar waar diende dat rechter pedaal eigenlijk voor? Het ding deed wel iets maar naar ons idee niet wat het zou moeten. Alhoewel we daar ook geen benul van hadden. Er zat wel iets muurvast waar volgens Daan beweging in zou moeten zitten. En hij had gelijk. Na veel gewrik en olie kregen we het verstarde metaal in beweging en liet het pedaal zich soepeler bedienen. Het is ondoenlijk hier uit te leggen waar het pedaal voor dient maar wat waren we blij. Onze Korrex is nu klaar voor haar eerste druk. Benieuwd naar de rest van het verhaal? Kom gerust eens langs. Happy days in onze Rode Schuur!

geschreven door Peter Minnee


Ineens was ze daar, een ietwat verweesd en verwaarloosd pareltje van 520 kilo. De Korrex Neurenberg pers. Ze stond een beetje weg te kwijnen, wederom ergens in Amsterdam. De stiefmoeder van deze pers was Yolanda; een grafische wondergirl die de pers ooit mocht overnemen van de ‘Zondagdrukkers’. Dit illustere gezelschap werkte in de vorige eeuw samen met Annie M.G.Schmidt en Simon Carmiggelt. ‘Ik heb er geen tijd meer voor’ verzuchte Yolanda. En met pijn in het hart nam ze afscheid. Onze belofte er goed voor te zorgen en de pers in ere te herstellen gaf haar gemoed wat rust. Na ons vorige Amsterdam avontuur durfden we geen beroep meer te doen op de verhuisclub van destijds, dus gingen we samen aan de bak. Man wat was ze zwaar. Toen wisten we nog niet van de 520 kilo. Met grote moeite kregen we het ontkoppelde inktblok naar Noordwijk om later met gehuurde vrachtauto het onderstel op te halen. Dit maal strandde onze Korrex wel in het schelpenpad en heeft ze daar overnacht om de volgende dag haar voorlopig laatste rustplaats te vinden. Met vereende krachten heeft Daan met zijn cursisten het inktblok weer op het onderstel gekregen. En na het juist afstellen van het inktblok stond het kleine zusje van onze Trapdegel eindelijk in De Rode Schuur.

geschreven door Peter Minnee


Daniël tijdens het afdrukken van 1 van de 3 etsen voor in het Elegie boekje.

Samen met dichter Ton Hetebrij namen we de uitdaging aan een kleine dichtbundel te maken met 33 gedichten van zijn hand. Een testcase voor onze pers, kennis en kunde. Met het gedoe uit de afgelopen blog van 21 juni, hadden we afscheid genomen door verse polymeerplaten aan te schaffen en onze filmpjes uit te besteden. Nu konden we de juiste plaatjes maken, hopelijk zonder punt- en kommaverlies. Daan maakte drie etsen aansluitend bij de drie hoofdstukken. Door wat onhandige zuinigheid mijnerzijds werd een schone druk nog best een uitdaging. Maar goed, dat hoort bij het proces en handwerk. Na een zoektocht ‘by trial and error’ van een maand of drie vond onze Elegie, inclusief een suiker-ets met zalmhuid motief op de voorzijde, het daglicht in De Rode Schuur. 

geschreven door Peter Minnee


De stad Leiden, geïllustreerd door Jan Tinkelenberg in 1965.

Soms gebeurt er iets waarvan je je afvraagt, ‘hoe is het mogelijk...’ Eén van onze trouwe Rode Schuur bezoekers is Job Aarents. Zijn fascinatie ligt in de fotografie. Jarenlang was hij werkzaam in Leiden als Anatomisch Preparateur. Tijdens een bedrijfsverhuizing in 2005 heeft hij van een ‘afvalstapel’ een metalen drukcliché gered. Een unieke illustratie van de stad Leiden. Gemaakt in 1956 door anatomisch tekenaar Jan Tinkelenberg ter gelegenheid van de bijeenkomt van de Association d’Anatomie Langue Francais. Dit cliché zou ons eerste druksel gaan worden. Het belangrijkste voor het drukken is het op druk brengen van de drukplaat. Die moet immers op het papier komen. Te weinig druk is te weinig inkt overdracht, dus een magere druk. Te veel een té vette druk. Wat we toen geleerd hebben is dat, zélfs bij een gietijzeren pers, een strookje plakband aan de achterzijde van het cliché hét verschil kan maken. Gered uit een vuilcontainer en aan de vergetelheid onttrokken en tot leven gewekt op een 100 jaar oude trapdegel in onze Rode Schuur.

geschreven door Peter Minnee


Rhodé en Peter werken met de polymeermachine.

Heel ver terug in de tijd, in 2014 welteverstaan, maakte we, in de nog geen Rode Schuur genoemde Rode Schuur, een theaterposter. Daan had van Greet Haasnoot een polymeermachine gekregen om te gebruiken. Deze machine maakt het mogelijk hoogdrukplaatjes te maken zodat we alle soorten tekst en illustraties kunnen drukken. In ons enthousiasme kochten we gelijk een hele grote doos met Polymeerplaten. ‘Kunnen we ff vooruit’ dachten we toen… En inderdaad zes jaar later was de Rode Schuur een feit en hadden we een eigen pers. Dus hieperdepiep, we kunnen aan de slag want we hadden immers de platen al in huis!! En toen gebeurden er allemaal onverklaarbare zaken; letters dansten op het plaatje, punten en komma’s verdwenen als sneeuw voor de zon en alles liep dicht. Wij als detectives aan de slag met de was temperatuur, belichtingstijd, droogtijd noem maar op. Gedoe gedoe met een langzaam invliegende frustratie. Wat bleek, Polymeerplaten kunnen heel lang bestaan mits de opslag temperatuur constant is. Dus geen hitte of vrieskou. En laat dit laatste nu net één van de charmantste eigenschappen van onze Rode schuur zijn.

geschreven door Peter Minnee


Zie links de oude verblijfplaats van de trapdegelpers en rechts de nieuwe verblijfplaats.

Daar stond hij dan, in een souterrain vol drukapparaten hartje Amsterdam aan de Keizersgracht. De ruim 100 jaar oude Trapdegelpers. Samen met de hulp van oud collega’s en een oude vrachtwagen met laadklep moest dit 500 kilo wegende gietijzeren monster naar de Rode Schuur. Maar hoe krijg je zo’n blok ijzer het souterraintrapje op? Een houten plaat biedt uitkomst. Vervaarlijk krakend torst deze het gewicht terwijl vijf man trekken en plukken om de pers de straat op te krijgen. En dan in een verraderlijk gemakkelijke ommezwaai, staat onze pers ineens in de vrachtwagen. Vereende krachten zullen we maar zeggen. Dan vastsjorren en naar Noordwijk. De volgende uitdaging is het schelpenpad. Voor je het weet verzinkt de degel in het moeras van schelpen en gaat deze geen kant meer op. Ook hier vormen de houten platen dé uitkomst en eindig onze pers eindelijk in zijn volgende thuis, onze Rode Schuur.

geschreven door Peter Minnee

Heb jij genoten van onze blogs en wil je op de hoogte blijven van al onze avonturen?
Meld je dan nu aan voor onze nieuwsbrief.

DE RODE SCHUUR | KUNST & AMBACHT